Verdachten oplichtingszaak berecht: ruim 6 maanden gevangenisstraf en vrijspraak

De rechter deed vandaag uitspraak in de oplichtingszaak waarin een de 39-jarige Franciscus S. uit Alkmaar en de eveneens 39-jarige Glenn van der H. uit Amstelveen, die verdacht werden van oplichting van minstens 23 mensen door de verkoop van stukken grond die niet konden worden geleverd. De man uit Alkmaar heeft een gevangenisstraf van ruim 6 maanden en 240 uur taakstraf opgelegd gekregen. Ook moet hij 230.000 euro terugbetalen aan slachtoffers. De man uit Amstelveen is vrijgesproken. 

Hoewel volgens de rechter 'meerdere WhatsAppberichten suggereren' dat Van der H. kon weten dat hij bijdroeg aan oplichting, is er niet genoeg bewijs om hem hiervoor te berechten. 
S. heeft zijn gevangenisstraf al uitgezeten in voorarrest. Daders in dit soort zaken krijgen volgens de rechter meestal een hogere straf, maar het duurde om meerdere redenen - waar S. niets aan kon doen - erg lang voordat de zaak uit 2016 voor de rechter kwam. Hierdoor valt de straf lager uit. Hierbij is meegewogen dat de Alkmaarder niet alleen zijn voorarrest heeft uitgezeten, maar ook zeven maanden met een elektronische enkelband liep en de gemaakte afspraken met de reclassering nakwam. Bovendien wil de rechter dat de Alkmaarder zo snel mogelijk de slachtoffers terugbetaalt en zolang S. in de gevangenis zit, kan hij hier niet mee beginnen.
Het Openbaar Ministerie eiste drie jaar cel tegen S. en één jaar cel tegen Van der H. Ook wilde het OM dat de verdachten zo'n 320.000 euro zouden terugbetalen aan slachtoffers. Omdat de rechtbank een aantal zaken (deels) niet bewijsbaar acht, is het bedrag nu lager.
Vooral oudere slachtoffers
S. deed zich in de periode van 1 mei 2014 tot en met 19 december 2016 voor als medewerker van een gerenommeerd vastgoedbedrijf. Op die manier verkocht hij stukken grond, die hij vervolgens niet kon leveren doordat ze niet bestonden of niet in zijn bezit waren. Vooral oudere mensen werden slachtoffer van S., hoewel dit volgens de Alkmaarder niet iets is waar ze op werden uitgekozen. Hij gaf tijdens de rechtszaak twee weken geleden aan dat hij vooral mensen benaderde die eerder al stukken grond hadden gekocht. "S. heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen in slachtoffers en oude werkgevers in diskrediet gebracht door soms te doen alsof hij nog bij een bedrijf werkte", zegt de rechter. "De rechtbank rekent hem dit zwaar aan."
Van der H. werkte in 2016 een half jaar voor S. Ook hij deed zich soms anders voor dan wie hij was, maar de rechtbank ziet te weinig bewijs dat de man wist dat het om oplichting ging. Dit is ook wat Van der H. meermaals tijdens de rechtszaak zei. Hij zou zelf slachtoffer zijn geworden van S. en wel klanten geworven hebben, maar zich niet met de grond hebben beziggehouden. Ook het feit dat Van der H. op een gegeven moment de bankrekening van zijn moeder ter beschikking stelde voor S. om geld naar te laten overmaken is geen bewijs dat hij van de oplichting zou hebben geweten, oordeelt de rechter.
De partijen hebben twee weken de tijd om in hoger beroep te gaan.

05-10-2021 15:10
NH Nieuws