Fotograaf Eddy Posthuma de Boer (1931-2021) maakte doodgewone dingen bijzonder

Met het overlijden van Eddy Posthuma de Boer (90) verloor de Nederlandse fotografie gisteren één van de belangrijkste naoorlogse fotografen. Door zijn lens werden alledaagse taferelen ineens heel bijzonder.
De geboren Amsterdammer begon in 1948 als fotograaf. Hij ging aan de slag bij het ANP en ontwikkelde zich in de loop van de jaren tot één van Nederlands meest vooraanstaande fotografen. Zo werd hij vaak in één adem genoemd met Ed van der Elsken (1925-1990) en Johan van der Keuken (1938-2001).
Posthuma de Boer werkte tijdens zijn lange carrière onder meer voor Het Parool, de Volkskrant, Time-Life, KRO-Studio, Avenue, Holland Herald en Sabena-Revue.  Een aantal van zijn werken waren vorig jaar nog te zien op een speciale tentoonstelling van het Fotomuseum in Den Haag.
Alledaags
Posthuma de Boer volgde de opkomst van rock 'n' roll en jazzmuziek en kreeg veel beroemde  schrijvers en muzikanten voor zijn lens. Zo fotografeerde hij de aankomst van The Beatles op Schiphol in 1965. Hij reisde de hele wereld over voor fotoreportages.
Maar misschien nog wel het bekendst is zijn werk op straat. Daar legde hij alledaagse taferelen vast, die dankzij zijn foto's ineens heel bijzonder leken. In 1959 fotografeerde hij een jongetje op de markt dat heel goed kon zingen. Het bleek een zekere André Hazes te zijn. Op zijn website zijn nog een aantal van die 'Amsterdamse' foto's te zien. 
Posthuma de Boer trouwde in 1961 met zangeres Henriette Klautz. Ze kregen twee dochters. Hij overleed in het AMC in Amsterdam, zo liet zijn familie weten. 

26-07-2021 10:14
NH Nieuws