Moet Schiphol groeien of krimpen?: Discussie tussen leefbaarheid en economie

SCHIPHOL/HAARLEMMERMEER - De toekomst van Schiphol is al jarenlang een heet hangijzer in de regio. De leefbaarheid staat onder druk vanwege het aantal vluchten, maar met de steeds groter wordende luchthaven is de regio ook economisch steeds afhankelijker geworden. Het is een beladen onderwerp, zo vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen.
Dat blijkt uit de gevolgen van een nagenoeg stille luchthaven door de coronacrisis; de economie in Haarlemmermeer kromp het afgelopen jaar met ruim een kwart en was daarmee de hardst getroffen regio van het land.
Geluidsoverlast en klimaat
Toch wil Suzanne Kröger, kandidaat-Kamerlid voor GroenLinks, dat het aantal vluchten terug wordt gebracht naar 400.000 per jaar. "Wat GroenLinks betreft gaan we echt naar een kleiner Schiphol en gaat Lelystad Airport ook niet open. We hebben in Nederland nu een heel grote luchtvaart met een enorme impact op de leefomgeving. Dat gaat om geluidsoverlast, dat gaat om stikstof en natuurlijk over klimaat. Als je kijkt naar die luchtvaart moeten we echt naar een kleiner Schiphol."
Maar wat betekent een kleinere luchthaven voor Haarlemmermeer en haar bedrijven? Als we het Patrick van der Kort van Taxi Marcus vragen, zou krimp van Schiphol een slechte zaak zijn voor bedrijven in de regio.
"Minder vliegbewegingen betekent dat er minder mensen komen. Een gevolg daarvan is dat Nederland minder aantrekkelijk wordt en dat betekent voor ons dat we minder vervoer van en naar de luchthaven zullen hebben. Uiteindelijk zullen wij dan mensen moeten ontslaan en dat is iets wat je niet wilt", zegt Van der Kort. 
Terug in de tijd
Toch is de economische afhankelijkheid van Haarlemmermeer volgens GroenLinks-kandidaat Kröger geen argument tegen een kleiner Schiphol. "Met een Schiphol van 400.000 vluchten gaan we terug naar een luchthaven van tien jaar geleden. Toen werden soortgelijke diensten ook aangeboden." 
"Klopt", reageert Patrick van der Kort van Taxi Marcus. "En als je tachtig jaar geleden terug gaat in de tijd was er ook werk, maar we zijn natuurlijk wel met z'n allen meegegroeid de afgelopen jaren." 
Hoteliers
Naast ondernemers in de vervoerbranche, zitten ook hoteliers met hun handen in het haar. Hotels in de regio doen normaal gesproken het hele jaar door goede zaken met volle bedden. Haarlemmermeer is, op Amsterdam na, zelfs de gemeente met de meeste bedden van Nederland, maar op het dieptepunt van de crisis hadden de hotels een bezetting van nog geen vijf procent. 
Voor Marcel de Jong, eigenaar van Hotel De Beurs in Hoofddorp en De Rustende Jager in Nieuw-Vennep, zijn het zware tijden, zo zei hij half oktober. "Ik ben helemaal van slag eigenlijk." Hij houdt zijn hart vast om het voortbestaan van het familiebedrijf, dat dit jaar 160 jaar bestaat.

10-03-2021 17:00
NH Nieuws