Partijen eensgezind in verkiezingstijd: bouwen en nog eens bouwen!

AMSTELVEEN - De meeste politieke partijen zijn over één ding het roerend eens: er moet meer gebouwd worden om de woningnood te bestrijden. Dat valt op te maken uit de verkiezingsprogramma’s. Dat is ook goed nieuws voor Amstelveen, waar de nood hoog is. Starters komen hier nauwelijks meer aan de bak en wijken noodgedwongen uit naar buurgemeenten als Aalsmeer of Uithoorn.
Behalve dat er meer en passender gebouwd moet worden, zouden woningcorporaties ook meer financiële armslag en de ruimte moeten krijgen om te investeren in nieuwe huizen. En het Rijk moet er steviger bovenop zitten. NH Nieuws vlooide de verkiezingsprogramma's door en maakte een kort (maar niet volledig) overzicht.
VVD
Als het aan de liberalen ligt dan komen er meer koopwoningen bij. De overheid moet zorgen voor voldoende bouwlocaties. De VVD vindt dat er ook een bouwfonds moet komen zodat de overheid zelf kan investeren in betaalbare woningen. Starters moeten beschermd worden tegen beleggers die op grote schaal starterswoningen opkopen. En starters jonger dan 35 jaar betalen geen overdrachtsbelasting bij het kopen van een huis tot 400.000 euro.
Wat betreft de huurwoningen, wil de VVD dat pensioenfondsen meer investeren in betaalbare huizen voor mensen met een middeninkomen. Om de doorstroom te bevorderen wil de partij ook het scheefwonen aanpakken. En statushouders moeten geen voorrang krijgen bij het toewijzen van een huurwoning. Mensen met een vitaal beroep moeten juist wel weer voorrang krijgen, zodat ze dicht bij hun werk kunnen wonen.
PVV
Ook de Partij voor de Vrijheid heeft in haar verkiezingsprogramma aandacht voor de woningnood. De woningmarkt is volgens de partij een puinhoop. De regie over woningbouw moet weer terug naar het Rijk. De PVV pleit voor een minister voor Wonen. Die moet zorgen voor meer sociale- en middenhuurwoningen en koopwoningen. Voor starters, gezinnen en ouderen.
Ook vindt de partij van Geert Wilders dat gemeenten meer en sneller bouwgrond beschikbaar moeten stellen. Niet alleen in de stad maar ook in de regio. Volgens de PVV is de woningnood dramatisch erger geworden door de ‘stikstofcrisis’. Daardoor mag er minder huizen worden gebouwd. De strengere regels moeten daarom zo snel mogelijk weer van tafel, vindt de partij.
CDA
De Christen Democraten hebben ook een plan om het woningtekort op te lossen. Het CDA wil de komende tien jaar een miljoen betaalbare huizen bouwen door het hele land. En een kwart van die woningen zijn dan vooral bedoeld voor jongeren en starters. Voor ouderen moet er ook meer keuze komen in het woonaanbod.
Voor wonen in de regio moet meer aandacht komen. Vooral om de druk op wonen in de Randstad te verminderen. Om dat allemaal mogelijk te maken pleit de partij voor een Nationaal Programma voor de Toekomst van de Regio.
D66
'Wonen in een duurzaam Nederland’, luidt het verkiezingsthema van D66. Meer ruimte voor huizen en minder grond voor landbouw. Ook D66 vindt dat er een schreeuwend tekort is aan betaalbare woningen. Er komen steeds meer mensen bij die ruimer wonen en kleinere huishoudens hebben.
De huizenprijzen stijgen maar toch wordt er te weinig gebouwd of het moeten dure eengezinswoningen zijn, signaleert de partij. De conclusie is dat een veranderende samenleving andere woonwensen heeft. Daarom moet er juist meer gebouwd worden voor jongeren die uit huis willen en voor ouderen die kleiner willen wonen.
GroenLinks
Voor de partij is het duidelijk: Nederland bevindt zich in de grootste woningcrisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Voor GroenLinks zijn huizen bedoeld om in te wonen en niet om winst te maken. 
De partij signaleert een gebrek aan goede en betaalbare woningen, stijgende huizenprijzen en lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen. De Groenen willen een maximum huurprijs instellen. Zodat er makkelijker doorgestroomd kan worden van sociale huur naar particuliere huur. Starters en mensen met lage inkomens kunnen zo sneller geholpen worden. GroenLinks vindt verder dat gestopt moet worden met het 'uitkleden en afbreken van solidariteit van woningbouwcorporaties'.
SP
De SP vindt dat liberalisering van de woningcorporaties en de verkoop van sociale huurwoningen het ideaal van goed en betaalbaar wonen heeft verkwanseld. De partij pleit voor terugkeer naar Volkshuisvesting om de woningnood aan te pakken. Er moet een nationaal bouwplan komen voor duurzame en betaalbare woningbouw. Huren moeten de komende jaren omlaag en niet de bestuurders maar de huurders moeten het voor het zeggen krijgen in de woningcorporaties.
SP pleit verder voor het aanpakken van beleggen in vastgoed door een zogeheten woonplicht in stellen. Op die manier wil de partij huisjesmelkers en speculanten dwars zitten. En het verbod op kraken moet weer afgeschaft worden.
PvdA
De PvdA zit op één lijn met de PVV: er moet een minister voor Wonen komen. Die bewindsman of -vrouw moet jaarlijks zorgen voor 100.000 nieuwe, betaalbare woningen, opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. Gemeenten en woningcorporaties moeten meer middelen krijgen om te bouwen. Om dat te bereiken moet de verhuurdersheffing van tafel voor woningcorporaties die investeren in betaalbare en duurzame huurwoningen.
Verder moeten pandjesbazen en beleggers worden aangepakt door de invoering van een ‘Prins Bernhard-belasting’. Want huizen zijn bedoeld om in te wonen en niet om te verzamelen, meent de partij. Huisjesmelkers die zich niet aan de regels houden zouden stevige boetes moeten krijgen.
ChristenUnie
De ChristenUnie heeft ook een heel pakket aan maatregelen klaarstaan. De partij wil ook jaarlijks 100.000 woningen bouwen, vooral voor starters en senioren. Voor ouderenwoningen moet 1 miljard euro extra worden vrijgemaakt als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid. Net als de PVDA vindt de ChristenUnie dat de verhuurdersheffing van tafel moet. Woningcorporaties moeten ruim baan krijgen om te investeren in middeldure huurwoningen en leefbare wijken.
Verder moet er blijvend strategisch gebouwd worden, door slimme binnenstedelijke verdichting, zoals de ChristenUnie dat noemt. Door veel meer leegstaande gebouwen dan alleen kantoren tot woningen om te bouwen.
Partij voor de Dieren
De Partij voor de Dieren ziet dat de coronacrisis veel mensen aan het denken zet. Door de lockdown en het thuiswerken snakken de mensen volgens de partij naar natuur en een groene leefomgeving. Tot 2030 moet er een miljoen extra huizen komen. De PvdD wil af van de intensieve veehouderij, zodat meer agrarisch grond vrijkomt voor betaalbaar wonen.
Bedrijventerreinen die geen toekomst hebben moeten worden omgevormd tot groene woonwijken. Leegstaande kantoren moeten geschikt gemaakt worden voor studentenwoningen. De dierenpartij vindt ook dat er meergeneratiewoningen moeten komen. Hoge huren moeten voor de komende vijf jaar worden bevroren. En woningcorporaties krijgen meer geld van het Rijk om sociale huurwoningen te bouwen.
50PLUS
De partij voor de ouderen wil - hoe kan het ook anders- meer aandacht voor senioren. Volgens de 50PLUS vindt 47 procent van de ouderen de eigen woning ongeschikt om in te wonen. Er is grote behoefte aan nieuwe geschikte huizen voor deze groep.
Gemeenten moeten meer alternatieve woonvormen toestaan. Zo moeten bewoners de mogelijkheid krijgen om hun eigen huis geschikt te maken voor (toekomstige) mantelzorg. Dat moet fiscaal gestimuleerd worden. De partij pleit verder voor een verplichte woon-leefvisie voor de komende twintig jaar, met concrete bouwplannen voor zowel sociale huur, vrije sector-huur en koopwoningen in verschillende prijsklassen. 
SGP
De SGP ziet de 'Bijbelse opdracht van bouwen en bewaren' als een belangrijk uitgangspunt. Niet zomaar landelijke gebieden volbouwen maar zorgvuldig met de natuur en de beschikbare ruimte omgaan. Het Rijk moet er op toezien dat er niet alleen in grote steden wordt gebouwd maar ook in de regio. Woningcorporaties moeten meer financiële ruimte krijgen om sociale huurwoningen te kunnen bouwen.
De SGP ziet bouwsparen als een effectief middel om starters een betere positie te geven op de woningmarkt. Door deze vorm van sparen dalen de hypotheeklasten en wordt sparen voor een eerste woning gestimuleerd. Ook moet de grens om in aanmerking te komen voor de Nationale Hypotheekgarantie niet worden verhoogd, zodat starters niet buiten de boot vallen.
DENK
DENK pleit voor het instellen van een volkshuisvestingsfonds om de woningnood aan te pakken. De verantwoordelijkheid ligt sterk bij de landelijke overheid die samen met gemeente en de provincie een Volkshuisvestingsagenda opstelt. In die agenda staan afspraken over aantallen woningen en bouwlocaties.
Niet iedereen koopt een woning omdat ze religieuze bezwaren hebben tegen het betalen van rente. De partij pleit daarom voor een rentevrije hypotheek. DENK wil ook dat huurstijgingen aan banden worden gelegd en dat speculanten die aan prijsopdrijving doen worden belast. En verder vindt de partij dat er een keiharde aanpak moet komen van woningmarktdiscriminatie. Volgens DENK werkt het merendeel van makelaars mee aan het verzoek om migranten geen eerlijke kans te geven op een woning. 
Forum voor Democratie
FvD vindt ook dat er een aparte minister voor woningbouw moet worden benoemd. De partij wil namelijk snel nieuwe woningen bouwen, vooral in het middensegment. Gemeenten mogen woningen in nieuwbouwprojecten eerst toewijzen aan de eigen inwoners. De partij wil verbieden dat statushouders voorrang krijgen bij de toewijzing van huizen. Door immigratie te beperken, komen er ook meer woningen vrij, is de gedachte.
Starters moeten het makkelijker krijgen door het afschaffen van de overdrachtsbelasting. En ook door het niet meerekenen van de studieschuld bij het aanvragen van een hypotheek. Het eigen woningbezit moet worden gestimuleerd door woningcorporaties aan te sporen meer huurwoningen te verkopen.

02-03-2021 07:00
NH Nieuws